Elektriciteitsverliezen in het federale transmissienet

Wanneer netuitrustingen oververhitten, gaat een gedeelte van het geproduceerde vermogen op natuurlijke of gedwongen wijze verloren in de vorm van warmte.

Oorsprong van de actieve elektriciteitsverliezen

De actieve elektriciteitsverliezen komen overeen met een vermogen dat verloren gaat in de vorm van warmte, door natuurlijke ventilatie of door gedwongen afkoeling, teneinde de werkingstemperatuur van de installaties onder een bepaalde constructieve grens te houden.

Deze actieve elektriciteitsverliezen bestaan voornamelijk uit:

  • verliezen ten gevolge van de magnetisering van de transformatoren wanneer deze onder spanning staan ('ijzerverliezen' of 'nullastverliezen');
  • verliezen ten gevolge van de opwarming van de wikkelingen van de transformatoren wanneer er stroom door loopt ('koperverliezen' of 'belastingsverliezen');

Terwijl de verliezen uit de eerste groep in de praktijk nagenoeg constant zijn, variëren de verliezen uit de laatste twee groepen in functie van het kwadraat van de stroom die door de betrokken uitrusting wordt vervoerd; deze verliezen zijn eveneens afhankelijk van de bouwkenmerken van deze uitrusting (lengte van het circuit, doorsnede van de geleiders en aard van de materialen van deze geleiders).

Methode voor het bepalen van de verliezen

Om te bepalen welke hoeveelheid energie gedurende een bepaalde periode door deze verliezen verloren is gegaan, registreert Elia dagelijks een groot aantal situaties die in real time bij de exploitatie van het net worden geregistreerd. Zo is het mogelijk om voor elk elektrisch circuit de individuele verliezen te berekenen, rekening houdend met de stroom die daadwerkelijk door de betrokken uitrusting vloeit.

Aangezien er zeer uiteenlopende situaties worden verwerkt, kan er op een correcte manier rekening worden gehouden met:

  • de daadwerkelijke netconfiguratie (installaties die buiten gebruik zijn gesteld voor onderhoud, aanpassing van de topologie van de circuits, …);
  • de amplitude en het profiel van de internationale vermogensuitwisselingen;
  • de configuratie van de in het net geïnjecteerde productie;
  • de amplitude en het profiel van de afnames van het net.

Het vermogen dat in een bepaalde situatie in het net verloren gaat, komt overeen met de som van de verliezen voor alle installaties van het betrokken net.

De energie die gedurende een bepaalde periode verloren gaat, komt overeen met de som van het verloren vermogen voor alle situaties gedurende deze periode, waarbij elke situatie wordt gewogen naargelang de duur ervan.

Berekening van de actieve verliezen in het federale net

Het huidige Belgische federale elektriciteitsnet bestaat uit uitrustingen met een nominale spanning van 380 kV, 220 kV en 150 kV. Deze uitrustingen omvatten de luchtlijnen, ondergrondse kabels, dwarsregeltransformatoren en spanningstransformatoren die deze spanningen met elkaar verbinden.

De perimeter die wordt gebruikt voor de berekening van de actieve verliezen van het federale net die in natura moeten worden gecompenseerd (zie lager) omvat al deze uitrustingen, uitgezonderd de uitrustingen die deel uitmaken van de aansluitingen van de netgebruikers.

De daadwerkelijke verliezen op de uitrustingen van een aansluiting worden rechtstreeks aan de betrokken netgebruiker aangerekend en maken deel uit van zijn afnames van het net.

Compensatie in natura door de toegangsverantwoordelijken

Elke toegangsverantwoordelijke moet de actieve verliezen in het net compenseren voor het geheel van zijn toegangen tot het net (artikel 161 van het federaal technisch reglement - Koninklijk Besluit van 19 december 2002). De in het federale net vastgestelde actieve verliezen worden dus in natura vergoed door de som van de bijdragen van de toegangsverantwoordelijken (ARP – Access Responsible Party).

Om op een objectieve, transparante en niet-discriminerende manier vast te stellen welke bijdrage van elke toegangsverantwoordelijke wordt verwacht, wordt deze bijdrage uitgedrukt in de vorm van een percentage van de netto-afnames die aan de portefeuille van de betrokken toegangsverantwoordelijke zijn gekoppeld.

Het percentage wordt door Elia berekend op basis van de verwachte verliezen en de geschatte toekomstige afnames.

  • Percentage dat zal worden toegepast vanaf 1 januari 2018:
    • ‘Peak’ uren (weekdagen van 8u tot 20u): 1,30 %
    • ‘Long off-peak’ uren (weekdagen van 20u tot 8u en weekends): 1,20 %

  • Percentage dat zal worden toegepast vanaf 1 januari 2017:
    • ‘Peak’ uren (weekdagen van 8u tot 20u): 1,35 %
    • ‘Long off-peak’ uren (weekdagen van 20u tot 8u en weekends): 1,25 %
  • Percentage dat zal worden toegepast vanaf 1 januari 2016:
    • ‘Peak’ uren (weekdagen van 8u tot 20u): 1,35 %
    • ‘Long off-peak’ uren (weekdagen van 20u tot 8u en weekends): 1,25 %
  • Percentage dat toegepast werd in 2014:
    • Piekuren: 1,20%
    • Daluren: 1,00%
    • Weekend: 1,05%
  • Percentage dat toegepast werd in 2013:
    • Piekuren: 1,05%
    • Daluren: 1,00%
    • Weekend: 1,00%
  • Percentage dat toegepast werd in 2012:
    • Piekuren: 1,20%
    • Daluren: 1,00%
    • Weekend: 1,05%

De concrete toepassing van dit compensatiepercentage is opgenomen in artikel 11 van het contract van toegangsverantwoordelijke.

Historiek van de door Elia vastgestelde verliezen