Woordenlijst

In deze verklarende woordenlijst vindt u een korte en beknopte uitleg van de belangrijkste technische en administratieve termen die in infrastructuurprojecten worden gebruikt.

  • Vogelkrullen

    Vogelkrullen zijn ontwikkeld om de luchtlijnen beter zichtbaar te maken voor vogels. Dit om draadslachtoffers te voorkomen.

    Ze worden dan ook vooral gebruikt in de omgeving van trekroutes en beschermde gebieden.


  • Aardkabel

    De aardkabel of waakdraad is de bovenste kabel op een luchtlijn die dient om de bliksem op te vangen en naar de aarde af te voeren via de hoogspanningsmast.

    Daarnaast kan de waakdraad nog andere functies hebben:

    • bij een fout een deel van de foutstroom evacueren
    • gegevens overbrengen tussen de posten via de optisch vezels die de kabel bevat
  • Elektromagnetisch veld

    Een elektromagnetisch veld wordt gekenmerkt door de frequentie en golflengte van de straling gegenereerd door de verspreiding van dit veld. De frequentie en golflengte van elektromagnetische straling zijn omgekeerd evenredig: hoe hoger de frequentie, hoe korter de golflengte.

    Elektrische ladingen creëren een elektrisch veld dat een kracht uitoefent op andere elektrische ladingen in de omgeving. Die ladingen zetten zich in beweging en vormen een stroom die een magnetisch veld doet ontstaan. Dit vormt de essentie van een elektromagnetisch veld. Een voorbeeld zijn transformatorstations waar de energie wordt omgezet naar een hoger of lager spanningsniveau.

  • Wisselstroom (AC)
    Wisselstroom is een elektrische stroom met een periodiek wisselende stroomrichting. De stroom transporteert afwisselend gelijke hoeveelheden elektriciteit in de ene en in de andere richting. De stroom en spanning voeren zo 50 alterneringen per seconde uit (50 hertz).
  • Gelijkstroom (DC)
    In tegenstelling tot wisselstroom is gelijkstroom een elektrische stroom die continu in één richting stroomt. Gelijkstroom wordt bijvoorbeeld gebruikt voor apparaten die op batterijen werken.
  • Openbaar onderzoek
    Wanneer voor een project een vergunning wordt aangevraagd, wordt het project aan een openbaar onderzoek onderworpen. Burgers kunnen zo het volledige dossier van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning raadplegen en hebben 30 dagen de tijd om hun opmerkingen in te dienen bij hun gemeentebestuur.
  • Étude d’Incidences sur l’Environnement (EIE)
    Het EIE is een studie die wordt opgemaakt vóór er een vergunning wordt aangevraagd. Aan de hand van deze informatie kan er een inschatting worden gemaakt van de effecten die een project op het milieu zou kunnen hebben, kan de alternatieve oplossing waarvoor men daarna kiest worden gerechtvaardigd en kunnen de maatregelen worden gespecificeerd die de eventuele schadelijke effecten die samenhangen met een project kunnen wegnemen,,  beperken of opvangen . Het rapport wordt in een volgende fase bij de vergunningsaanvraag gevoegd.
  • Évaluation Appropriée des Incidences sur l’Environnement (EAI)
    De EAI gaat na of het project geen nadelig effect heeft op de biodiversiteit in Natura 2000-zones en andere natuurgebieden en of het de instandhoudingsdoelen die voor deze gebieden zijn vastgelegd niet in gevaar dreigt te brengen. In de MEB kunnen ook compensatiemaatregelen omschreven worden om de aangerichte schade ongedaan te maken, en kunnen regels worden opgelegd die tijdens de uitvoering van de werken moeten worden nageleefd.
  • Gestuurd boren
    De techniek van gestuurd boren wordt regelmatig gebruikt voor ondergrondse verbindingen wanneer dat omwille van de ligging in stedelijke gebied vereist is: bij kruisingen met spoorwegen bij het kruisen van waterwegen of grote obstakels, bij belangrijke kruispunten, ... De diepte is afhankelijk van de bodem en varieert tussen 3 m en 20 m. De diameter van het boorgat is 0,4 m tot 1 m.
  • Verbindingen
    Voor ondergrondse verbindingen zijn verbindingen tussen kabelsecties vereist op regelmatige afstanden (elke 500 à 800 m) langs het tracé. De werken voor de aanleg van verbindingsinstallaties zijn veel omvangrijker dan de aanlegwerken voor de kabels zelf; de verbindingsputten kunnen tot 15 m lang en 3 m breed zijn.
  • Bovengrondse verbinding (luchtlijnen of geleiders)
    Een bovengrondse hoogspanningsverbinding wordt gerealiseerd aan de hand van draadstellen van metalen hoogspanningslijnen, die ondersteund worden door pylonen of masten.
  • Ondergrondse verbinding

    De voornaamste onderdelen van een ondergrondse verbinding zijn:

    • de hoogspanningskabels die nodig zijn voor de transmissie of het vervoer van de energie (meestal drie, één per fase)
    • verbindingen tussen de verschillende kabelsecties, doorgaans met een grootteorde van ongeveer 500 tot 800 m
    • de klemmen of "eindsluitingen" voor de aansluiting van de verbinding op installaties van het hoogspanningsstation

    Zie "Ondergrondse verbindingen aanleggen om elektriciteit op hoogspanning te transporteren" brochure

  • Microtunnelling
    Deze techniek wordt gebruikt voor ondergrondse verbindingen om de doorgang mogelijk te maken bij de aanleg van meerdere verbindingen of wanneer het technisch onmogelijk is om gericht te boren (bv. schaliegrond en risico op boorinstabiliteit).
  • Mofput
    Kabels worden niet in zijn geheel aangelegd maar in stukken van +/- 1km. Het verbinden van de verschillende kabelstukken noemt men weleens ‘vermoffen’. De mofput is de plaats waar twee kabels met elkaar worden verbonden.
  • Note d’Evaluation des Incidences sur l’Environnement (NEIE)
    Het NEIE beoordeelt de gevolgen van het project voor het milieu in brede zin (bodem en ondergrond, water, lucht, energie en klimaat, biotoop, landschap, stedenbouw en ruimtelijke ordening, mobiliteit en vervoer, afval, veiligheid en gezondheid, sociaal-economische aspecten, …) en geeft aanbevelingen.
  • Stedenbouwkundige vergunning
    Een stedenbouwkundige vergunning is een vergunning die door het gemeentebestuur wordt verleend en die het mogelijk maakt de werkzaamheden uit te voeren die nodig zijn voor de uitvoering van een project. Bij het aanvragen van een vergunning moeten verschillende procedures worden gevolgd, afhankelijk van het gewest.
  • Wegvergunning
    De wegvergunning wordt aangevraagd bij werken waarbij het openbaar terrein, ondergronds of bovengronds, wordt ingenomen Ze geeft dus de toestemming om werkzaamheden aan de kant van de weg of op openbaar terrein uit te voeren.
  • Omgevingsvergunning
    Een omgevingsvergunning is een machtiging om bepaalde activiteiten en/of inrichtingen te exploiteren. Bij Elia is bijvoorbeeld een omgevingsvergunning vereist voor de installatie van hoogspanningsstations.
  • Federaal Ontwikkelingsplan

    Het Federaal Ontwikkelingsplan is een officieel document dat bindend is voor Elia en wordt gevalideerd door de minister van Energie. Het plan definieert het investeringsprogramma waartoe de netbeheerder zich verbindt om aan de noden te voldoen. Er wordt rekening gehouden met de nood om over voldoende reservecapaciteit te beschikken en metprojecten van algemeen belang die door de instellingen van de Europese Unie op het gebied van de trans-Europese netwerken zijn vastgesteld.  Het Federaal Ontwikkelingsplan wordt opgesteld rond drie pijlers:

    • Het interne net versterken en uitbreiden
    • Het offshorenet vergroten
    • De interconnecties versterken en uitbreiden.
  • Plan-MER
    De milieubeoordeling van een plan of het Plan-MER onderzoekt de mogelijke gevolgen van bepaalde activiteiten of ingrepen op de omgeving (mens en milieu). De milieubeoordeling maakt integraal deel uit van een GRUP (Gewestelijk Ruimtelijke Uitvoeringsplan). Het wordt opgemaakt voor de vaststelling van een plan of voor de uitvoering van een project zodat de impact ervan op mens en milieu al in een vroeg stadium gekend is en de nodige maatregelen kunnen worden genomen.
  • Hoogspanningsstation

    Een hoogspanningsstation (HS) is een centraal punt waar verschillende netelementen (dit zijn netonderdelen) aankomen. Ze kunnen onderling verbonden zijn via een railstel . Mogelijke netelementen zijn: een hoogspanningslijn of -kabel, een transformator (ook ‘veld’ genoemd in het vakjargon ), een reeks condensatoren, een railstel, …

    Er zijn twee soorten hoogspanningsstations:

    • Luchtgeïsoleerde hoogspanningsstations of AIS (Air Insulated Stations); de apparatuur staat niet binnen in een afgebakend gebouw. De delen die onder spanning staan, zijn op grotere afstand gescheiden in de open lucht, die als natuurlijke isolatie optreedt.
    • Gasgeïsoleerde stations (GIS of Gas Insulated Stations): alle functionele elementen worden in een volledig gesloten geheel geplaatst, dat geïsoleerd is met gas (meestal SF6). Door het grotere isolerende vermogen in vergelijking met lucht kunnen deze installaties veel kleiner zijn en neemt het geheel veel minder ruimte in beslag.
  • Transformatorstation
    Transformatorstations op hoogspanning zijn aansluitpunten op het elektriciteitsnet. Een transformatorstation zet de energie om van een hoger naar een lager spanningsniveau of omgekeerd.
  • Overgangsstation
    Een overgangsstation is een elektrisch station dat de overgang mogelijk maakt van een ondergrondse verbinding naar een bovengrondse verbinding.
  • Hoogspanningsnet
    Het hoogspanningsnet kan je vergelijken met een ‘elektriciteitssnelweg’. Via het hoogspanningsnet vervoert Elia de elektriciteit van de stroomproducenten naar de grote industriële verbruikers en naar de distributienetten, zodat zij de stroom tot bij de verbruikers (woningen, bedrijven, enz.) kunnen brengen.
  • Voorafgaande informatievergadering voor het publiek(VIV)
    De voorafgaande informatievergadering voor het publiek (VIV) is wettelijk gezien de eerste officiële aankondiging dat er een bepaald project zal worden uitgevoerd. Het voorontwerp wordt voorgesteld en de verantwoordelijken zijn aanwezig om te luisteren naar de opmerkingen en suggesties van de burgers. Deze worden vervolgens genoteerd en geanalyseerd in het kader van het Milieueffectenrapport (MER)
  • Conversiestation
    Een conversiestation zet wisselstroom (AC) om in gelijkstroom (DC).
  • Spanning
    Om de elektriciteit tot bij de gebruikers te brengen zijn verschillende spanningsniveaus nodig. Een woning vereist immers 230 V, industriële verbruikers hebben meer kilovolt nodig. We onderscheiden volgende spanningsniveaus op de hoogspanningslijnen: 70kV, 110kV, 150kV, 220kV en 380kV. Transformatorstations kunnen voor de omzetting naar het gewenste spanningsniveau zorgen..
  • Draadstel
    Een draadstel is een set van drie transportkabels voor een driefasige bovengrondse verbinding. Naargelang het spanningsniveau zijn er een, twee, drie of vier draadstellen die meerdere hoogspanningslijnen of geleiders kunnen bevatten.
  • Open sleuf

    De standaardsleuf, bekend als een ‘open sleuf’, is de meest gebruikte traditionele methode ter wereld.

    De sleuven zijn +/- 0,65 m breed per circuit, afhankelijk van het diepteniveau. De kabels worden op een diepte van ongeveer 1,2 m geplaatst. Na het leggen van de kabels wordt de sleuf gevuld met een gecontroleerd opvulmateriaal (type dolomiet) om de thermische geleiding van de kabels te garanderen. Daarbij wordt de warmte gegenereerd door het energietransport afgevoerd. Tijdens de bouwwerkzaamheden is het noodzakelijk om werkgangen te voorzien van 6 tot 15 m, afhankelijk van het aantal aansluitingen en het soort kabels. Afhankelijk van de lengte van de sleuven worden de aansluitingen om de 500 tot 800 m gemaakt.

  • Dwarsregeltransformator
    In tegenstelling tot een transformatorstation zet een dwarsregeltransformator de energie niet om naar een hoger of lager niveau maar werkt deze transformator op eenzelfde spanning. Een dwarsregeltransformator regelt het debiet van het elektriciteitsnet en heeft de mogelijkheid om de richting en de grootte van de energiefluxen te bepalen.

Wij gebruiken cookies op onze website. Door verder te surfen op deze website of door op “Aanvaarden” te klikken, geeft u aan dat u ons cookiebeleid gelezen heeft en dat u hiermee instemt.Meer info over de cookies